EXORCISING FRANCO: SPANISH GENRE CINEMA 1968-1983 | Offscreen
Na een bijzonder bloedige burgeroorlog kreeg generaal Francisco Franco in 1939 de teugels van Spanje in handen, wiens volk hij bijna vier decennia lang in zijn greep zou houden met hardhandige onderdrukking en het (mond)dood maken van elke dissidente stem. Tot het fascistische regime, in economische ademnood, zich aan het begin van de jaren ‘60 opener opstelt naar het buitenland. Toenmalig minister van Informatie en Toerisme, Manuel Fraga Iribarne, wil een nieuw, moderner beeld van Spanje de wereld insturen door massatoerisme aan te zwengelen, maar ook door internationale coproducties aan te moedigen voor cinema. De ideale voedingsbodem voor een tot dan toe quasi onbestaande horror- en fantastische filmindustrie, dat vanaf 1968 een echte explosie kent dankzij kaskrakers The House That Screamed van Narciso Ibáñez Serrador en The Werewolf Versus the Vampire Woman van León Klimovsky.
In dit zogenaamde gouden tijdperk van de Spaanse “fantaterror”, werden onder het ogenschijnlijk onschuldig vernis van vampieren, weerwolven en zombies (dat perfect in de lijn lag van wat op dat moment ook uit de Hammer-studio’s in Engeland rolde), subversieve boodschappen binnengesmokkeld bij een breed publiek. Films als The Blood Spattered Bride, The Living Dead at Manchester Morgue of Blood Ceremony druipen niet enkel van het bloed, maar ook van de marxistische, anti-autoritaire of feministische maatschappijkritiek. Toch werd er niet enkel in bovennatuurlijke sferen vertoefd. Een ander type genrefilm entte zich net op de alledaagse werkelijkheid van een Spaanse samenleving waar onderhuids heel wat geweld, frustraties en wreedheid broeide... en die in films als A Candle for the Devil of The Cannibal Man van het scherm spatten. Dat de scharen van de falangistische censuur dieper in dit soort films sneden is niet verwonderlijk.
Diezelfde censuur zou na de dood van Franco op 20 november 1975 geleidelijk uitdoven. In deze overgangsperiode, of “Transición”, waarin het pad richting moderne democratie nog steeds bezaaid was met extreemrechtse complotten en mislukte staatsgrepen, kon plots veel meer getoond en verteld worden. Eloy de la Iglesia, voorheen nog enigszins ingetoomd door de ketenen der censuur, ontpopt zich in deze periode tot radicale beeldenstormer met meesterwerken als The Creature en The Priest, terwijl Klimovsky in The People Who Own the Dark de fascistische oligarchie tot de grond toe afbrandt. Het hallucinante The Killer of Dolls is dan weer een teken aan de wand van wat zou komen. Want de poppen gaan pas écht aan het dansen bij de invoering van de "S"-classificatie in 1978. Een stortvloed aan voornamelijk goedkope sexploitation stoomwalste als een soort uitgestelde mei-’68 over Spanje, maar ook bizarre, onconventionele of politiek radicale films kregen een “S” opgeplakt, zoals het bevreemdende Dimorfo en Arrebato, dat ondertussen een mythische status verworven heeft.
De ideale toegangspoort tot dit uitzonderlijke programma van 31 films vormen de lezing over fantaterror van Antonio Lázaro-Reboll en de documentaire Exorcismo: The Transgressive Legacy of Clasificada ‘S’ van Alberto Sedano, die allebei naar Brussel afzakken om ons te gidsen doorheen dit scharniermoment in de Spaanse genrefilm en geschiedenis.
PIECES
27 maart 2026 - 21u00 | Cinematek
Een gek met mommy issues en een ingesmeerde kettingzaag rijt bevallige studentes op een Amerikaanse campus in Madrid aan stukken. Een waanzinnige slasher met alles wat ons hartje sneller doet slaan: heerlijk inepte dialogen, bakken vol charcuterie en logica die ver, ver bij Salvador Dalí te zoeken is.
- ‹‹
- 3 of 3








