First (Off)Screenings
Een eigenzinnige selectie van ongewone, onuitgegeven en nieuwe films die zich situeren langs de “cutting edge” van de hedendaagse cinema: wars van conformisme, gerealiseerd in een onafhankelijke artistieke en economische context en radicaal naar vorm én inhoud.
Jess Franco
De Spaanse cult cineast Jesús Franco (°1930) was 29 toen hij zijn regiedebuut maakte. Sindsdien heeft hij onder tientallen pseudoniemen wel 200 films van uiteenlopende genres geregisseerd, meestal een combinatie van horror met een flinke scheut erotiek. Zijn ontembare drang naar volledige artistieke vrijheid hield in dat hij vaak met uiterst minimale budgetten moest werken. Het resultaat is een catalogus van schitterende B tot hilarische Z films. Zijn onnavolgbare visuele stijl, met de kenmerkende zwiepende zoom en pan, is tegelijk surreëel, sensueel en merkwaardig abstract. De altijd meanderende camera voert de toeschouwer onherroepelijk mee in Franco’s persoonlijke droomwereld van jazzy nachtclubs, monsters, psychopaten, sadomasochistisch geweld en schaamhaar. In vele van zijn obsessief voyeuristische films kan men de talenten van zijn partner Lina Romay bewonderen, die de meester van de Europese exploitation film tijdens zijn komst naar Brussel vergezelt. Beiden zullen de films van een gepaste inleiding voorzien.
Pink & Violent: Japanese '70 exploitation
Aan de hand van 8 films (allen vintage 35mm) biedt Offscreen een ongewone ontdekkingsreis langs de Japanse exploitation cinema uit de jaren ’70, waar arthouse en grindhouse, avant-garde en exploitatie op ingenieuze wijze met elkaar versmelten. Het wordt een cinematografische trip vol kleurrijke pop art beelden, gedurfde vormexperimenten, anti-establishment provocatie en politiek anarchisme. Als topless vrouwenbendes en op wraak beluste zwaardklievende maagden je ding zijn, dan weet je waar naartoe.
Net zoals in andere landen had het Japanse bioscoopbezoek vanaf eind jaren ‘60 te lijden onder de moordende concurrentie van de televisie. Terwijl Hollywood de strijd aanbond door middel van nieuwe bioscoopprocédés zoals bv. Technicolor, reageerde de Japanse filmindustrie op een wel heel bijzondere manier, namelijk met het aanbieden van materiaal dat te controversieel was voor televisie. De grote Japanse filmstudio’s zoals Nikkatsu en Toei konden een tijd lang de financiële rampspoed afwenden door het coöpteren van de zogeheten “pink eiga” of “pink film”, een vorm van softcore porno die vroeger het exclusieve domein was van kleine, onafhankelijke productiehuizen.
Nikkatsu begon met zijn “Roman-porno”, een reeks bizarre softerotische prenten, gelardeerd met romantische en brute S&M intermezzo’s. Toei reageerde hierop met een resem actie-georiënteerde films, de “Pinky Violence”, exploitation cinema gekruid met een flinke dosis naakt en geweld. Gekenmerkt door sterke, onafhankelijke vrouwelijke hoofdrollen, heldinnen die even sexy als gevaarlijk zijn, bewandelen deze films het slappe koord tussen enerzijds pure exploitatie en anderzijds vrouwelijke emancipatie en empowerment.
De hoogdagen van beide stromingen lagen tussen 1970 en 1977 toen de films konden rekenen op degelijke ‘production values’ en een hoge publiek opkomst. De studio’s gebruikten het genre om talrijke nieuwe regisseurs uit te testen en stimuleerden op een actieve manier experiment en innovatie. Jonge beeldenstormers als de regisseurs Norifumi Suzuki, Teruo Ishii, Kinji Fukasaku en Shunya Ito en actrices als Meiko Kaji, Reiko Ike en Miki Sugimoto maakten in die context hun opgang en bevestigen tot op vandaag hun cult reputatie.
Net zoals in andere landen had het Japanse bioscoopbezoek vanaf eind jaren ‘60 te lijden onder de moordende concurrentie van de televisie. Terwijl Hollywood de strijd aanbond door middel van nieuwe bioscoopprocédés zoals bv. Technicolor, reageerde de Japanse filmindustrie op een wel heel bijzondere manier, namelijk met het aanbieden van materiaal dat te controversieel was voor televisie. De grote Japanse filmstudio’s zoals Nikkatsu en Toei konden een tijd lang de financiële rampspoed afwenden door het coöpteren van de zogeheten “pink eiga” of “pink film”, een vorm van softcore porno die vroeger het exclusieve domein was van kleine, onafhankelijke productiehuizen.
Nikkatsu begon met zijn “Roman-porno”, een reeks bizarre softerotische prenten, gelardeerd met romantische en brute S&M intermezzo’s. Toei reageerde hierop met een resem actie-georiënteerde films, de “Pinky Violence”, exploitation cinema gekruid met een flinke dosis naakt en geweld. Gekenmerkt door sterke, onafhankelijke vrouwelijke hoofdrollen, heldinnen die even sexy als gevaarlijk zijn, bewandelen deze films het slappe koord tussen enerzijds pure exploitatie en anderzijds vrouwelijke emancipatie en empowerment.
De hoogdagen van beide stromingen lagen tussen 1970 en 1977 toen de films konden rekenen op degelijke ‘production values’ en een hoge publiek opkomst. De studio’s gebruikten het genre om talrijke nieuwe regisseurs uit te testen en stimuleerden op een actieve manier experiment en innovatie. Jonge beeldenstormers als de regisseurs Norifumi Suzuki, Teruo Ishii, Kinji Fukasaku en Shunya Ito en actrices als Meiko Kaji, Reiko Ike en Miki Sugimoto maakten in die context hun opgang en bevestigen tot op vandaag hun cult reputatie.
Spaghetti Western
In samenwerking met Cinematek en Cinema Nova laat het Offscreen Film Festival de spaghetti western in volle glorie op het witte doek herleven. Uit de meer dan 500 Transalpijnse westerns die tussen 1964 en 1971 werden ingeblikt, pikten wij een fijne selectie hypergestileerde paardenopera’s waarbij de kogels je om de oren zullen vliegen.
De naam “spaghetti western” was oorspronkelijk een pejoratieve term, bedacht door filmjournalisten die het genre inferieur aan de Amerikaanse western achtten. Hoewel ze indertijd op weinig erkenning konden rekenen, groeide hun faam met de jaren. Zo is Sergio Leone ondertussen tot de canon van de grote filmauteurs toegetreden. Zijn Dollar trilogie (met een jonge Clint Eastwood als de “Man zonder naam”) stond aan de wieg van het genre. Ook regisseurs als Sergio Sollima en Sergio Corbucci, acteurs als Franco Nero of Tomas Milian en natuurlijk filmcomponist Ennio Morricone definieerden de spaghetti western: een combinatie van barokke beeldvoering, gratuit geweld, een prominente soundtrack, een politiek incorrecte thematiek en antihelden met bizarre namen als Ringo, Sartana, of Django. Gedraaid met kleine budgetten en meer dan eens op locatie in de Spaanse woestijn van Almería, slaagden ze erin om op innovatieve wijze de geijkte genreconventies omver te werpen. De Italiaanse context zorgde ook voor sterke invloeden vanuit de Rooms-katholieke iconografie die terug te vinden zijn in de visuele stijl en de soms bijbelse thematiek. Aansluitend bij het politieke klimaat, gebruikten sommige regisseurs en scenaristen het populaire genre ook als vehikel voor hun Marxistische en anti-imperialistische sympathieën. Zo spelen de zogenaamde “Zapata” westerns zich af tegen het decor van de Mexicaanse revolutie.
Gian Lhasa et Alex Cox, twee aficionado`s en kenners van het genre zullen enkele westerns inleiden.
De naam “spaghetti western” was oorspronkelijk een pejoratieve term, bedacht door filmjournalisten die het genre inferieur aan de Amerikaanse western achtten. Hoewel ze indertijd op weinig erkenning konden rekenen, groeide hun faam met de jaren. Zo is Sergio Leone ondertussen tot de canon van de grote filmauteurs toegetreden. Zijn Dollar trilogie (met een jonge Clint Eastwood als de “Man zonder naam”) stond aan de wieg van het genre. Ook regisseurs als Sergio Sollima en Sergio Corbucci, acteurs als Franco Nero of Tomas Milian en natuurlijk filmcomponist Ennio Morricone definieerden de spaghetti western: een combinatie van barokke beeldvoering, gratuit geweld, een prominente soundtrack, een politiek incorrecte thematiek en antihelden met bizarre namen als Ringo, Sartana, of Django. Gedraaid met kleine budgetten en meer dan eens op locatie in de Spaanse woestijn van Almería, slaagden ze erin om op innovatieve wijze de geijkte genreconventies omver te werpen. De Italiaanse context zorgde ook voor sterke invloeden vanuit de Rooms-katholieke iconografie die terug te vinden zijn in de visuele stijl en de soms bijbelse thematiek. Aansluitend bij het politieke klimaat, gebruikten sommige regisseurs en scenaristen het populaire genre ook als vehikel voor hun Marxistische en anti-imperialistische sympathieën. Zo spelen de zogenaamde “Zapata” westerns zich af tegen het decor van de Mexicaanse revolutie.
Gian Lhasa et Alex Cox, twee aficionado`s en kenners van het genre zullen enkele westerns inleiden.
Alex Cox
Anarchist, iconoclast en outsider, Alex Cox is niet zomaar een regisseur maar een gepassioneerd en eigenzinnig filmmaker. Dankzij Repo Man (1984) en Sid & Nancy (1986) wordt hij één van de bevoorrechte getuigen en chroniqueurs van de punkgeneratie. Na het succes van deze films lijkt niets nog een Hollywood carrière in de weg te staan, ware het niet de keuze voor zijn twee volgende projecten: de low budget spaghetti western parodie Straight To Hell en het tegendraadse historisch drama Walker (beiden uit 1987). Vooral deze laatste film plaatst hem op de zwarte lijst van de grote filmstudio’s. Opgenomen in Nicaragua, geeft hij het geld van Universal Pictures aan de Sandinistas, de toenmalige vrijheidsstrijders. Dit typeert niet alleen zijn onverzettelijkheid maar ook zijn consequente politieke engagement. Het drijft hem evenwel weg van de mainstream naar de artistieke periferie van waaruit hij, samen met zijn vrouw en producente Tod Davies, onafhankelijke films uitbrengt: de in Mexico gedraaide Highway Patrolman (1992) en Death and the Compass (1996) of het in Groot-Brittannië geproduceerde Jacobijns drama Revengers Tragedy (2002). De laatste jaren wijdt hij zich aan zogenaamde “microfeatures” met een budget van minder dan £ 100.000. Samen met Tod Davies zal Alex Cox enkele van zijn films inleiden en ons laten delen in een andere grote filmpassie: de spaghetti western.
Bruce Bickford
A Night in the Cas'l'
*"You and I know animation is the most important thing in the world."*
Bruce Bickford, autodidact en animatiefilmmaker, is een man die er nooit mee opgehouden is zichzelf met speelgoedsoldaatjes in een imaginaire wereld te vermaken. Op zijn eentje maakt hij al veertig jaar in zijn studio/garage fantastische filmpjes die opvallen door hun creatieve DIY aanpak en het totaal unieke universum waarin ze ons onderdompelen. In een middeleeuwse wereld, de jungle, de onderwereld of geheime labo's vechten kleine krijgertjes met magische krachten tegen vikingen, Spaanse bezetters, amazones en monsters met reusachtige koppen in een explosie van vlees, plasticine en papier.
Neue Deutsche Welle Nacht
De Neue Deutsche Welle (Duitse new wave) is een weinig homogene stroming Duitse groepen (voornamelijk uit Berlijn, Hamburg, Hannover en Düsseldorf) geïnspireerd door o.a. de new wave, punk, The Residents en Kraftwerk. Felix Kubin komt naar Nova - videos en platen onder de arm- om u een authentieke NDW avond te bezorgen. In plaats van het genre te betonneren in één of andere encyclopedische definitie, stellen we voor het te komen ontdekken in bijzijn van gasten die het van binnenuit hebben meegemaakt.
Een avond vol variatie, verrassingen en onverwachte ontdekkingen.
details
Een avond vol variatie, verrassingen en onverwachte ontdekkingen.
Cineketje
Cineketje is het eigenzinnige en gevarieerde maandelijkse filmprogramma van Cinema Nova voor kinderen én volwassenen. Je kan er films zien die niet in het "gewone circuit" te vinden zijn. Of het nu gaat om nieuwe producties of klassiekers, steeds staan films op programma die specifieke filmtechnieken, genres en thema's belichten.
details




















